15/4/2025
Perdu, Kloveniersburgwal 86
20:00 t/m 22:00

Inflatie van het oordeel

Annelies Degryse, Wout Cornelissen, Frans van Peperstraten

“Jouw mening doet ertoe!”, lees je in je inbox na een restaurantbezoek, klantenservicegesprek of pakketbezorging, om vervolgens ergens tussen de één en vijf sterren aan te klikken. Ook op nieuwssites en sociale media worden we actief uitgenodigd om in reacties onze goed- en afkeuring kenbaar te maken van “wat die politicus nu weer heeft gezegd” en “wat nu toch weer is gebeurd in die hoek van de wereld”. Het resultaat is een waar meningencircus van onderbuikgevoelens, tweets en sterretjes. Zijn alle meningen evenveel waard? Maakt onze morele verontwaardiging nog een verschil? Heeft het nog zin om zorgvuldig en ijverig te werken aan een genuanceerd oordeel? En weten we tegenwoordig nog wel hoe dat moet?

Er lijkt een verschil te zijn tussen een mening en een oordeel. Een rechter baseert zijn vonnis niet op een persoonlijke gril, maar op wetten en redelijkheid. Immanuel Kant (1724-1804) spreekt dan ook over het oordeelsvermogen als “het vermogen om het bijzondere als vallend onder het algemene te denken”. Dankzij de universele menselijke vermogens tot oordelen, kunnen we bovendien een zinvolle discussie voeren over onze oordelen en zelfs overtuigd raken van het tegendeel.

Volgens Hannah Arendt vormt oordelen de basis van een gedeelde wereld. Wie oordeelt, spreekt niet slechts namens zichzelf, maar verwoordt zo goed als hij kan hoe het is voor iedereen, waarbij hij zijn common sense gebruikt om zijn blik te verbreden met het perspectief van anderen. Met onze oordelen onderhouden en vormen we de regels en betekenissen van de wereld waarin wij met anderen leven.

We kunnen onze vragen stellen bij de haalbaarheid van een gedeelde wereld binnen het huidige medialandschap, dat alleen maar verder versnipperd is geraakt sinds Arendt deze woorden opschreef. Bestaat er nog zoiets als common sense, een gemeenschappelijk zintuig? Bovendien: is een Kantiaans streven naar een ‘universele consensus’ niet achterhaald, of zelfs onderdrukkend?

Wat zijn de voorwaarden voor het vormen van een oordeel, en in hoeverre zijn die aanwezig in de 21e eeuw? Zijn er ook zaken waar we niet over kunnen oordelen? En in hoeverre moeten oordelen gepaard gaan met daden?

 

Over de sprekers

Annelies Degryse verdedigde in 2011 haar proefschrift over Arendts politieke filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven, waarin zij onder andere schreef over Arendts lezing van Kants derde kritiek over het oordeelsvermogen. Tijdens haar aanstelling bij de KU Leuven werkte ze als gastonderzoeker aan Yale en de Universiteit van Flensburg en organiseerde zij onder andere de conferentie 'Citizenship and Cosmopolitanism in Hannah Arendt'.

Wout Cornelissen is universitair docent rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Voorheen was hij onder meer verbonden aan de Freie Universität Berlin, Vanderbilt University, Nashville, Tennessee, en het Hannah Arendt Center for Politics and the Humanities aan Bard College, Annandale-on-Hudson, New York. Hij is mede-tekstbezorger en -redacteur van de nieuwe, kritische editie van Hannah Arendts laatste en onvoltooid gebleven werk, The Life of the Mind, over denken, willen en oordelen (Wallstein Verlag, 2024) en publiceerde onder andere over Arendts begrippen van het denken.

Frans van Peperstraten doceerde sociale filosofie, cultuurfilosofie en esthetica aan de Universiteit van Tilburg. In zijn onderzoek richtte hij zich vooral op Kant, Heidegger, Lyotard en Lacoue-Labarthe. Zijn laatste boek is Oordelen zonder regels. Kant over schoonheid, kunst en natuur, Boom, Amsterdam, 2020. Ook was hij de spreker in de podcast over Lyotard die eind januari 2025 in de reeks Podcast Filosofie uitkwam.

Overige Informatie