(5 mei 2009)
Ik ben geen zebra. Ik ben geen paard. Het is soms moeilijk te accepteren. Ik ben geen tijger. Ik ben geen olifant. Het dierenrijk is zo oneindig mooi. Maar het lukt maar niet om een dier te worden.
Soms praten vrouwen over mannen als een beest. Of over een slang van een mens. Maar kijkend in de spiegel geconfronteerd met de menselijke conditie zeg ik:”Nee, ik ben geen dier”.
Toen ik als jongen opgroeide in Kameroen maakten we met een groep vrienden een tocht door de wildernis. Plots lagen daar drie leeuwen op tien meter afstand. In onze grote landrover waren we veilig. Toch was ik bang. In die angst zat een bepaald genot. Het was alsof de leeuwen ons hadden gevonden. En de angst van het ontmoeten werd overwoekerd door een enorme trots. De koningen van het dierenrijk schonken ons aandacht. “Ze jagen”, zei onze gids. In één zin de hele fantasie weg. De leeuwen waren helemaal niet met ons bezig. Alsof we niet bestonden.
Dat was mijn definitieve ervaring met de dierenwereld. Er is geen herkenning tussen mens en dier. We kijken naar de dieren met grote ogen. We verzinnen allerlei regels voor de dieren. Nooit houden we op in de dieren prachtige dingen te zien. Want de wereld van de dieren ziet er zo veel beter uit.
Zeker na de twintigste eeuw is het dierenrijk het nieuwe ideaal. Dieren zijn de nieuwe modellen geworden, objecten van kennis en vooruitgang. Documentaires van apen worden getoond bij politieke praatprogramma’s. Waarom apen? Specialisten zeggen dat apen een duidelijke moraal hebben waar wij mensen wat van kunnen leren:
1. empathie: apen zorgen werkelijk voor elkaar.
2. vergaren van sociale vaardigheden: apen tonen zich in staat sociaal gedrag aan te leren.
3. apen doen aan wederkerigheid: wanneer apen voor elkaar zorgen, bijvoorbeeld luizen uit het haar halen, dan zijn ze meer geneigd voedsel voor elkaar te halen.
4. Tenslotte, vrede: Specialisten hebben ontdekt dat apen begaan zijn met het concept vrede.
Mede dankzij deze prachtige eigenschappen doet de mens talloze pogingen het dier in zijn leven te integreren. Deleuze heeft gezien hoe het huisdier familielid werd. Straks gaan ze ook nog tegen ons praten! Er wordt al erg veel tegen dieren gesproken. We staan graag voor chimpansees met het idee dat ze ons wat te melden hebben. Wij mensen zijn namelijk dieren. Hun broeders. Helaas is deze memo niet aangekomen bij de dieren. Het enige wat overblijft voor ons is kijken. Kijken niet alleen met onze ogen. Maar ook met camera’s. De hele wereld hangt vol camera’s. Er is geen stoffig hoekje van het Himalayagebergte waar geen camera op gericht staat. En we kijken en kijken. Maar de dieren kijken niet terug. Onverschillig kijken ze weg. Het is onze ongelukkige liefde met de natuur. De dieren zullen ons nooit een gezellige brief sturen. We hopen zo dat ze van ons houden, maar zij hebben andere dingen te doen. We nemen walvisliederen op om te kijken of ze boodschappen sturen naar andere walvissen 10 kilometer verder. Maar in feite willen we maar één ding. Dat ze het lied voor ons zingen. Ze willen ons echt niet de dieren. Ze gunnen ons geen blik waardig.
Terug naar de drie leeuwen. Ze behandelen ons slecht. Ze geeuwen wat. Wij kijken maar zij kijken niet terug. En wij de droevige kijkers worden geconfronteerd met het slechte nieuws van het orakel van Delphi: Ken Uzelve.
Tiers Bakker is redactielid van Felix & Sofie
81